Rookverbod

Gerechtshof Den Haag bepaalt dat er in een echtscheidingsprocedure geen plaats is voor een verzoek tot een rookverbod bij een minderjarig kind. De ene ouder had hierom verzocht ten laste van de andere ouder. Het Hof overweegt dat het in beginsel aan de ouders is om invulling te geven aan de wijze waarop zij hun kinderen wensen op te voeden en hoe zij zich jegens hun kinderen wensen te gedragen. Ingrijpen in het familieleven is slechts gerechtvaardigd indien er een gevaarzetting is voor de kinderen. Het Hof is van oordeel dat de onderhavige procedure zich niet leent om een oordeel te geven over de vraag of [verweerster 1] al dan niet in aanwezigheid van de kinderen mag roken (ECLI:NL:GHDHA:2020:1279).